Home » Ervaringen » Henk van der Veen
Henk van der Veen werd nét niet in Den Helder geboren. Hij is er wel getogen en niet van plan ooit nog weg te gaan. In zijn werkend bestaan heeft hij zich vooral ingezet voor woningbouw en stadsvernieuwing, maar sinds zijn pensioen gaat zijn betrokkenheid bij de stad onverminderd voort. “Als ik het zo goed wist allemaal, zei de wethouder,. Dan moest ik het zelf maar gaan doen. Dus dat deed ik, samen met een aantal raadsleden en opbouwwerkers.”
Hij was werkzaam op de Rijkswerf, gemeenteraadslid, medeoprichter van Algemene Woningbouwvereniging Nieuwediep en werkte van 2000 tot zijn pensioen bij Woningstichting Den Helder. Daarna ging hij aan de slag als vastgoedadviseur bij Zeestad. Kan hij inmiddels als een ‘gewone’ inwoner naar de stad kijken? “Nee. Als dat virus je eenmaal te pakken heeft, laat het je niet meer los. Mijn vrouw zegt ook altijd: ‘Kijk nou eens ergens anders naar’, maar als ik om me heen kijk, zie ik constant wat er gebouwd en vernieuwd wordt.” Hij vindt veel dingen goed gaan, maar blijft kritisch. “Dan denk ik: waarom hebben ze het nu zó gedaan?”
Geboren in Best in Brabant, kwam hij op eenjarige leeftijd in Den Helder terecht. “In de Vogelbuurt, omdat mijn vader bij de Marine ging. We zijn nog een paar jaar naar Curaçao geweest, maar uiteindelijk in Nieuw Den Helder gaan wonen. Tot ik verkering kreeg en samen ging wonen in het Centrum.” Helemaal vanzelfsprekend was dat niet. “We wilden absoluut niet op een flat. Ik heb gezegd dat ik flatneurose had. Wat het was wist ik ook niet, maar het klonk goed. Nou werden er eengezinswoningen gebouwd in Julianadorp. We zouden gaan kijken en reden er op de brommer naartoe. Dat was het beste wat ik ooit gedaan heb, want we wisten meteen dat we dát niet wilden. Wind tegen, bouwvlaktes en zandstormen. Dat ging ‘m niet worden.” Het werd een bovenwoning op de Binnenhaven en na een jaar een koopwoning in de Vlamingstraat. Daar woont hij nog steeds. “Ik werkte toen nog op de werf. Mijn doel was lopend naar mijn werk te kunnen en dat heb ik altijd kunnen doen.”
Dan maar zelf
Het was in de tijd dat de gemeente grootse plannen had met de Oostslootbuurt. Er moest een weg doorheen, er werden panden gesloopt en er zouden flats komen. De bewoners spanden samen om het tegen te houden. Werkgroep Centrum, waar ook Van der Veen zich bij aansloot, ging in beroep. “De plannen waren belachelijk. Daar hebben we ons vrolijk tegen verzet.” Met succes.
Met het verzet tegen de gemeentelijke plannen, kwam vanzelf de politieke inzet. Van der Veen werd gemeenteraadslid voor de PvdA, waar hij zich onder meer inzette voor woningbouw en jongerenhuisvesting. Hij hield het negen jaar vol. “En toch was het eigenlijk niks voor mij. Ik stond in de tweede periode al op de tweede plaats, dus ik zal wel zinnige dingen hebben gedaan, maar toch.” Hij vertelt dat hij altijd bonje had. “Achter mijn huis stonden wat panden die heel erg geschikt leken voor één- en tweepersoonshuishoudens. Daar hadden we er veel te weinig van in Den Helder. Ik stelde daar dus steeds weer vragen over in de gemeenteraad. Tot de wethouder zei: ‘Meneer van der Veen, als u het allemaal zo goed weet, moet u het zelf maar doen.’ Toen hebben wij de Algemene Woningbouwvereniging Nieuwediep, het huidige Woontij opgezet.” De AWN is gestart als tegenhanger van Woningstichting, al zouden de partijen later nauw en graag samenwerken. “We hebben onder meer gebouwd op de Kerkgracht, woningen gemaakt in het voormalig Lidwina ziekenhuis, daarna de Jozefschool en Catharinaschool en uiteindelijk door de hele stad.”
Negentien jaar na de oprichting van AWN, werd Van der Veen gebeld door Woningstichting. “Inmiddels was er allang geen strijd meer. We waren de samenwerkende woningbouwcorporaties, zoals we het noemden. Er werd me gevraagd of ik het project Duinpark in Nieuw Den Helder wilde begeleiden.” Het was het begin van achttien jaar Woningstichting. “Een heel mooie tijd, waarin we heel voor elkaar hebben gekregen. Er was ontzettend veel enthousiasme om iets moois van de stad te maken.” Hij kijkt er met gepaste trots op terug. “Ik weet nog goed dat we een stedenbouwkundig bureau moesten kiezen. Ik ben nog altijd gelukkig dat we toen West8 in de arm hebben genomen. Ze waren nog jong, maar écht geweldig.” Desgevraagd noemt hij de ontwikkelingen in de binnenstad hoogtepunten, maar hij wil zeker niet voorbij aan Nieuw Den Helder. “Vooral het Kreekpark. We hebben avond aan avond met de bewoners gezeten om het daar op te knappen met nieuwbouw, verbouw van flats en bijvoorbeeld de kunstwerken die bij de schouwburg stonden. Die zijn helemaal opgeknapt. Wat ik wel heel erg vind is dat de bruggen over de kreek, die de mensen zijn beloofd, er nu toch niet komen. Ik was heel boos en teleurgesteld toen ik dat in de krant las. Het is een belangrijk onderdeel van het plan en heel belangrijk voor de verbinding van de naastliggende buurten.”
Bewondering
Van der Veen was eigenlijk scheepsbouwer. Ook verbouwde hij zijn eigen huis. Het bouwen en mooi maken zit dus in hem. Is dat waarom hij zich altijd heeft ingezet voor Den Helder? “Nou, ik weet nog goed dat ik jaren geleden een stuk las in de zaterdagbijlage van Vrij Nederland. Het ging over depressies. Er stond een foto bij van een meeuw op de hoek van een betonnen gebouw. Ik zag meteen dat het Den Helder was. In het artikel vertelde een Amsterdammer dat hij op zijn meest depressieve dagen met de trein naar Den Helder ging. Zodra hij het station uitliep, wist hij dat het met hem best wel meeviel. En dan nam hij de trein weer terug.” Het was een goede stimulans. “Er is sindsdien zoveel gebeurd in de stad. En het zet zich nog steeds voort. Het leuke is dat nieuwe plannen zelden enthousiast worden ontvangen, maar uiteindelijk zijn de inwoners altijd blij.” Hij spreekt dan ook met lof over de inmiddels vertrokken directie van Woningstichting. “We waren het niet altijd met elkaar eens, maar ik heb enorm veel bewondering voor alles wat ze voor elkaar hebben gekregen.”
Zijn liefde voor Den Helder is even groot als die altijd is geweest. Dat komt deels door de buurt en deels door de stad. “Alles is in die loop der jaren voorbij gekomen. Elke sociale laag, van artsen en marineofficieren tot statushouders. Onze buurt is de samenleving. En verder houd ik van de dijk, waar ik na mijn pensioen bijna dagelijks een wandeling maak. Ik hou van de werf, waar ik gewerkt heb. Inmiddels ben ik bestuurslid voor de Bonaire en werk ook zelf aan het schip. Terug in mijn oude vak. Ik kan het niet laten. En ik hou ervan dat Jutters altijd zeggen wat ze denken.” Hij kan zich niet voorstellen dat hij ooit nog weg zou gaan. “Nee, zeker niet. Mijn vrouw is hier geboren. Die krijg je echt niet weg. En wat we heel fijn vinden: ook onze kinderen zijn altijd in de buurt gebleven. Dit is onze stad.”