Nozems

"Nozems is de plek in onze stad die we zelf nog misten"

Mario en Kees van der Veen zijn Nozems. Nog altijd in de betekenis van jong, opstandig en zelfbewust, maar vooral omdat ze zo verweven zijn met de zaak die ze in 2020 samen openden. In Nozems aan de Beatrixstraat komen hun broederschap, liefde voor de stad en hun gastvrijheid samen. “De stad is zo mooi geworden. Het is fijn om daar onderdeel van te zijn.”

De mannen zijn geboren en getogen in Den Helder, samen met hun broer Bram, eveneens een bekende horecaondernemer in de stad. Kees is hier altijd blijven wonen. Chef Mario heeft twee en een half jaar in Alkmaar gewoond. “Vanwege het werk. Maar uiteindelijk ben ik toch weer teruggekomen. Dat had met een baan te maken, maar ook omdat ik hier mijn mensen heb en eigenlijk alles wat ik nodig heb. Ik miste de frisse lucht en prijstechnisch was Den Helder natuurlijk aantrekkelijker dan Alkmaar. Ik heb nu vijf keer meer oppervlakte dan toen en betaal nog altijd minder.” Kees heeft in Utrecht en Amsterdam gestudeerd, maar ging nooit op kamers. “Ik vond het reizen nooit erg en als ik hier na een dag in de grote stad weer uit de trein stapte, was ik blij dat ik schone lucht kon inademen.”

Mario is altijd een horecaman geweest. Hij begon op zijn veertiende als afwasser en doorliep daarna alle stappen en disciplines. “In het eerste jaar van mijn opleiding zei ik al dat ik ooit een eigen restaurant wilde.” Dat dat met zijn broer Kees zou worden, kon hij toen nog niet vermoeden. Kees vertelt: “Ik heb echt van alles gedaan. Eerst van de havo getrapt, toen alsnog mijn diploma gehaald, aan een lerarenopleiding begonnen, een opleiding tot deurwaarder gedaan… Op een gegeven moment had ik een bijbaantje op het strand. Ligbedjes verhuren bij Paal 6, bij onze oudste broer. Langzaamaan groeide het zo dat ik de boekhouding ging doen, want ik was toevallig goed met cijfertjes. Daarnaast rolde ik de bediening in en werd leidinggevende.” Hij had zijn plek gevonden. “Ja, horeca heeft me echt gegrepen. Het is gewoon een ontzettend mooi vak. Hard werken, veel leuke mensen.”

Uiteindelijk hebben ze hun krachten gebundeld in Nozems. “We hadden het er wel vaker over gehad, hoor. Maar het had geen haast”, vertelt Mario. “Op een gegeven moment moest ik een operatie ondergaan en lag er zes maanden uit. Dat gaf me tijd om na te denken en van daaruit om een plan te schrijven.”

Anders en verrassend

Ze gaven bij Woningstichting aan dat ze een pand zochten. Onderin het nieuwbouwproject De Kamerheer zou een ruime oppervlakte komen voor een of meer bedrijven. De oplettende lezer en veel andere Jutters kunnen vermoeden dat hun vader hierbij een rol heeft gespeeld. Henk van der Veen werkte jarenlang voor Woningstichting. Kees: “Ik snap dat mensen dat denken, maar die heeft zich hier nul mee bemoeid. Hij was toen al weg. Dit is de directie geweest waar we goede contacten mee hadden.”

Het moest een restaurant worden zoals ze zelf nog misten in de stad. Mario: “Anders dan anders, hoge kwaliteit in de keuken, hoge kwaliteit in de bediening, goede service en alles zelfgemaakt. Dat vinden we belangrijk en onderscheidt ons. Tuurlijk verkopen wij ook een hamburger, maar ook heel andere dingen die je verder in de stad niet vindt.” Dat was wel een beetje spannend in een stad waar het allemaal niet te gek hoeft.
Kees: “Toch is het heel erg meegevallen. Eerst komen de mensen uit nieuwsgierigheid en dan ontstaat vanzelf een splitsing tussen mensen die het niet past en mensen waarvan je weet: dit zijn onze gasten. En eigenlijk zijn dat nog steeds heel veel verschillende mensen. We hebben voor elk wat wils.” Van de stevige hamburger tot vega en vegan opties en een verrassingsmenu. Drie mooi opgemaakte, smakelijke gangen van culinair hoog niveau: “Dat is wel het leukste wat we hebben en er komen veel gasten voor terug. Het is geen samenstelling van gerechten op de kaart, maar echt iets wat anders en verrassend is. Aan het begin durfden de mensen het nog niet zo aan, nu vertellen ze elkaar erover.”

Nozems was nog maar net open, toen de pandemie uitbrak. Kees: “We hebben het er gelukkig niet vaak meer over. We hebben het overleefd, dat is het belangrijkste. Maar normaal gesproken zou je nu ongeveer klaar zijn met afbetalen en dergelijke. Wij zijn op een bepaalde manier nog steeds een nieuwe tent omdat we de eerste twee jaar amper open waren.”
Mario: “Het is totaal anders gegaan dan we ons hadden voorgesteld, maar daar moet je niet te veel bij stilstaan. Dat hebben we toen ook niet gedaan. We hebben ons aangepast.” Mario vult aan. “Dat betekende wel dat we momenten hebben gehad met nog 100 euro op de rekening, terwijl we de salarissen nog uit moesten betalen.” Ze boden een afhaalservice en een concept van driegangen diners die mensen thuis konden afmaken. Mario: “Daar ben ik wel trots op. We hadden een goed concept dat we na een maand volledig om moesten gooien. We wilden geen broodjes verkopen. Door dit menu te bieden konden we onze toekomstige gasten vast een voorproefje geven van wat ze konden verwachten.” Kees: “Ik denk dat we in die tijd veel gasten gewonnen hebben voor de tijd erna.” Verder konden ze rekenen op Woningstichting. “Die zijn ons enorm tegemoetgekomen in de huur”, vertellen ze. Bovendien gingen ze de samenwerking aan met een zorginstelling. Kees: “Die hebben ons personeel tijdelijk werk kunnen bieden en daarmee de loonkosten overgenomen tot onze krachten weer bij ons aan de slag konden.”

Opkrikken

Met ondernemerszin en goede banden binnen de stad hielp Nozems zichzelf er doorheen. Nu ligt het achter ze. De zaken gaan goed en ze zijn blij dat ze kunnen ondernemen in de stad waar ze zijn grootgebracht. Kees: “Jutters zijn trots op hun stad en dat voel je. Mensen die van buitenaf komen zijn verrast, zeker als ze hier eerder zijn geweest en zien hoe het is geworden.” Mario: “Het is fijn om daar onderdeel van te zijn. Wij wilden de stad met Nozems ook een beetje opkrikken.” Ze wonen dan ook graag in de binnenstad, op slechts enkele meters van elkaar en van de zaak.
Worden ze echt nooit gek van elkaar? Kees: “Nee, eigenlijk niet. We zijn nu net een weekje dicht geweest om op wintersport te gaan, maar wel met elkaar en wat vrienden. We gaan twee keer per jaar een week dicht om even bij te komen. Iets meer sociaal leven buiten Nozems om zou leuk zijn. Het moet niet alleen maar dit zijn. Maar we houden van de zaak en we zijn gek op ons werk.”

Als de mannen nog één wens mogen uitspreken, ligt die vooral bij personeel. “We komen echt iemand tekort in de keuken.” Kees vertelt: “Dit is zo’n mooie plek om te werken. Een open keuken, mensen zien wat je doet en bewonderen je werk. Ze maken alles zelf, dus je bent echt aan het koken en er wordt echt gewerkt met passie.” En dat ook nog in een prachtstad. Kees: “Zee en zon. Dat is toch heerlijk?” Mario: “En rust. Een dagje in een drukke stad kan leuk zijn, maar ik ben altijd blij als ik weer thuis ben.”